De visie van Volt op de energietransitie in Utrecht

De visie van Volt op de energietransitie in Utrecht

23 nov 2023 10:14:36 UTC - Charlotte Passier
Energietransitie gemeente utrecht volt

Nut & Noodzaak van functioneel lokaal eigendom

We staan in Nederland voor meerdere grote uitdagingen, één daarvan is de energietransitie. Dit geldt natuurlijk ook voor Utrecht. Utrecht wil een duurzame stad zijn en toont op vele manieren hier werk van te willen maken. Zo heeft de gemeente het Uitvoeringsprogramma Energietransitie opgezet en de Transitievisie Warmte I en II vastgesteld met als doel dat heel Utrecht in 2050 van het gas af is. Helaas wil het nog niet vlotten. Een groot knelpunt is de netcongestie die in een groot deel van Nederland speelt, dit betekent dat de vraag naar transport van elektriciteit op het elektriciteitsnet groter is dan de transportcapaciteit van het net. Het net zit op veel plekken in Nederland dus letterlijk vol. Maar de energietransitie is veel meer dan een technisch vraagstuk: grote groepen uit onze samenleving hebben geen toegang tot de energietransitie met energiearmoede en een gebrek aan draagvlak tot gevolg[1].

In deze blog nemen we jullie mee in de noodzaak van systeemintegratie op lokaal niveau en de vier leidende principes waarmee we op lokaal niveau sturing kunnen geven aan de flexibele energiesystemen van de toekomst.

Wat stelt Volt voor?

In het energiesysteem van de toekomst zullen energiesystemen die nu grotendeels gescheiden zijn – elektriciteit, gas en warmte – met elkaar worden geïntegreerd. Om dit voor elkaar te krijgen én het centrale energienet te ontlasten gaan we de overstap maken van centrale energiesystemen naar decentrale energiesystemen. Dit betekend dat we in Utrecht per wijk- of buurtoplossing inzetten op een lokaal en flexibel energiesysteem. In zo’n energiesysteem werken verschillende bronnen, opwek en opslag in synergie met elkaar. Daarbij vindt Volt het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot de energietransitie en hier de vruchten van kan plukken; dit om energiearmoede tegen te gaan en om draagvlak te creëren. Om dit te kunnen realiseren is lokaal eigendom nodig. Het lokale eigendom is echter geen doel op zich, maar een middel voor een betaalbare energietransitie voor iedereen.

Om als gemeente te kunnen sturen op dit soort lokale en flexibele energiesystemen stelt Volt aan de gemeenteraad van Utrecht voor om de volgende vier leidende principes op te nemen in de klimaatvisie en deze verder uit te werken in regels voor het omgevingsplan:

  1. Het recht tot zelfverbruik van duurzame energie voor alle eindgebruikers is uitgangspunt in Utrecht. Iedereen moet hieraan mee kunnen doen, individueel en/of via lokale energiecollectieven.
  2. Collectieve aanpakken op wijk- en buurtniveau gaan voor individuele oplossingen
  3. Minimaal 50% eigendom, 100% heeft de voorkeur. Dit geldt niet alleen voor grootschalige opwek van stroom, maar ook voor buurt- en wijkoplossingen voor warmte.
  4. Lokale initiatieven krijgen opgroeirecht en opgroeiruimte.

Systeemintegratie op lokaal niveau

In het energiesysteem van de toekomst zijn nu nog grotendeels gescheiden systemen – elektriciteit, gas en warmte-  in toenemende mate met elkaar geïntegreerd[2].

Opwek van hernieuwbare elektriciteit versus vraag naar aardgas

Om dit te realiseren is synergie tussen opwek en opslag (dit geldt voor elektriciteit en warmte) en warmtebronnen heel belangrijk. In onderstaande grafiek is goed te zien in welke maanden elektriciteit door zon- en wind wordt opgewekt en in welke maanden de vraag naar aardgas toeneemt. Het belang van windenergie in een goede mix van energiebronnen dient daarbij te worden onderstreept, omdat windenergie hetzelfde profiel heeft als gasverbruik. Zonder windenergie in de buurt zal een lokaal systeem buiten de zomermaanden elektriciteit van elders moeten halen

Door bij piekmomenten een teveel aan elektriciteit om te zetten in warmte kan dit via een warmteopslag op een later moment worden gebruikt. Daarmee wordt bij piekmomenten het elektriciteitsnet ontlast en kan het mede voor een lagere warmteprijs zorgen.

Om het centrale elektriciteitsysteem te ontlasten en overbelasting (over- en onderspanning) te voorkomen dient de elektriciteit die lokaal is opgewekt lokaal te worden gehouden. Energiesystemen op buurt- en wijkniveau kunnen daarbij helpen – elektronen volgen immers de kortste route. Technisch gezien kan worden gedacht aan een lokaal energiesysteem dat bestaat uit onder andere zon-op-dak, buurtbatterij, warmtebatterij en warmte- en koudeopslag. Een dergelijk lokaal energiesysteem kan dan via een groepscontract, waar netbeheerders momenteel voor pleiten, via één aansluiting op het centrale elektriciteitsnet worden aangesloten.

De 4 principes

Recht op zelfverbruik

In 2018 heeft het Europees Parlement ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen vastgelegd dat iedere consument/eindafnemer het recht heeft om zelfverbruiker te worden. Dit betekend dat als je bijvoorbeeld zonnepanelen op je dak hebt liggen, je het recht hebt om de opgewekte energie zelf te verbruiken, dan wel op te slaan of te verkopen. Omdat niet iedereen de beschikking heeft over eigen grond of een eigen dak, is er een extra artikel toegevoegd waarmee het recht wordt ingevoerd om deel te nemen aan hernieuwbare energiegemeenschappen, zonder belemmeringen[3]

Collectief gaat voor individueel

Bij een lokaal energiesysteem is het van belang dat verschillende bronnen, opwek en opslag in synergie met elkaar werken. Warmte kan worden opgeslagen in de bodem. Buitenlucht en oppervlaktewater kunnen dienen als duurzame warmtebronnen. Gezien de bodem een collectief goed is en hier meerdere belangen samenkomen (bijvoorbeeld warmte versus drinkwater), is het van belang dat hier regels aan worden gesteld. Het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst pompt’ is onwenselijk. Om die reden zullen we de overstap moeten maken van gebouwoplossingen naar gebiedsoplossingen.

Daarbij kan bij zelfverbruik via collectieve energiesystemen op wijk- en buurtniveaus vraag en aanbod van energie beter op elkaar worden afgestemd en in balans worden gebracht. Dit draagt ook bij aan een strategische onafhankelijkheid van de nu aanwezige geopolitieke instabiliteit met het bekende effect op de energieprijzen.

Minimaal 50% lokaal eigendom is het streven, 100% lokaal eigendom heeft de voorkeur

Volt streeft naar 100 % lokaal eigendom. Dit betekent dat inwoners, ondernemers en de gemeente (mede-)eigenaar kunnen zijn van een lokaal energiesysteem. Ten eerste zorgt lokaal eigendom ervoor dat de belangen van de eindgebruikers van het energiesysteem centraal staan. Dit kan gaan om financiële belangen in de vorm van lage energieprijzen, maar ook de manier van opwek en opslag en de inpassing hiervan in de directe leefomgeving.

Ten tweede zorgt lokaal eigendom het voor meer draagvlak. Draagvlak is een gevolg van een goed proces, eigendom een middel om een goed proces te krijgen. Als de omgeving een gelijkwaardige partner is in het project, wat inherent is aan minimaal 50% lokaal eigendom, ontstaat er een zorgvuldig proces. De omgeving kan zich organiseren in een coöperatie van bewoners en bedrijven. Iedereen uit de omgeving kan meedoen door lid te worden en ieder lid heeft één stem op de Algemene Ledenvergadering. Omdat de omgeving mede-eigenaar is van het project wordt de omgeving niet alleen geïnformeerd over de ruimtelijke inpassing van het project, maar ook over de businesscase en toekomstige winst .

Opgroei- en ingroeirecht

Lokale initiatiefnemers hebben hulp nodig om een goed en gedragen energiecollectief op te kunnen zetten, vooral van de gemeente. Zo hebben veel initiatieven in het begin nog geen juridische entiteit en hebben de initiatiefnemers niet alle benodigde kennis om een initiatief te starten waardoor ze meer tijd en begeleiding nodig dan professionele partijen.

Je zou kunnen zeggen dat lokale initiatieven tijd nodig hebben om ‘op te groeien’. De erkenning van ‘opgroeirecht’ is dan ook noodzakelijk. Dit vraagt dat overheden meer ruimte en tijd maken voor samenwerking met lokale energie-initiatieven, wat resulteert in ‘volwassen’ lokale energiecollectieven die tot op dat punt zijn gekomen door een intensieve samenwerking met steun van de gemeente. De ondersteuning die vanuit de gemeente wordt verzorgd kan zowel inhoudelijk als financieel zijn.

Kortom, om als gemeente Utrecht klaar te zijn voor de toekomst stelt Volt voor om in te zetten op lokale, collectieve energiesystemen als oplossing voor de netcongestie, te zorgen voor een eerlijke energietransitie waar al onze inwoners de vruchten van plukken, draagvlak te creëren en om tot slot strategische onafhankelijk te worden.

[1] ‘Draagvlak energietransitie in gevaar door energiearmoede’ | Clingendael

[2] Klimaatakkoord hoofdstuk Systeemintegratie | Publicatie | Klimaatakkoord

[3] RICHTLIJN (EU) 2018/ 2001 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD - van 11 december 2018 - ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (europa.eu)